Home
Bijbelboeken
Statenvertaling
Luther 1912
Schlachter
Elberfelder 1871
Elberfelder 1905
Luther
falcon
Set status
Profile & account
Feedback
Psalmen chapter 61 (8 verzen)
← Terug
|
← Vorige
|
Volgende →
Chapter
Verse
1
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
2
O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.
3
Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.
4
Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.
5
Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.
6
Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.
7
Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;
8
Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden. [ (Psalms 61:9) Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag. ]